Rooyse Wissel Klinisch behandelen
Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste cijfers van Klinisch behandelen.
Aantal patiënten
- FPC: 237
- FPK: 20
Gemiddelde bezetting patiënten met tbs-titel
- 211
Recidive
- Aantal: 0
Verlofbewegingen
- Aantal verlofbewegingen begeleid verlof: 1.855
- Aantal verlofbewegingen onbegeleid verlof: 7.682
- Totaal: 9.537
- Aantal verlofbewegingen transmuraal: 2.936
Ongeoorloofd afwezig
- Tijdens begeleid verlof: 0
- Tijdens onbegeleid verlof: 1
- Tijdens transmuraal verlof (vanuit woonvoorziening FPC): 1
- Tijdens transmuraal verlof (vanuit verblijf externe woonvoorziening): 2
- Vanuit eigen woning: 0
- Ontvluchtingen: 0
- Totaal: 4
FPC
- Het % patiënten bij wie jaarlijks een risicotaxatie is uitgevoerd: 97,12% (norm 80%)
- Het % patiënten bij wie jaarlijks een meting van ernst van problematiek is uitgevoerd: 92,31% (norm 60%)
FPK
- Het % patiënten bij wie jaarlijks een risicotaxatie is uitgevoerd: 100% (norm 70%)
- Het % patiënten bij wie jaarlijks een meting van ernst van problematiek is uitgevoerd: 100% (norm 60%)
Certificeringen
- HKZ, behouden
- NEN 7510, behouden
Gemiddelde landelijke behandelduur tbs
De behandelduur die in 2025 is vastgesteld (op basis van de mediaan met instroomcohort 2015) bedraagt 10,1 jaar. De behandelduur op basis van instroomcohort 2014 (vastgesteld in 2024) was 8,7 jaar. Daarmee is de behandelduur met 1,4 jaar gestegen.
Noot: in rapport Cijfers en Bijzonderheden 2024 wordt een behandelduur van ‘minimaal 9,5 jaar’ genoemd. Omdat er gewerkt wordt met de mediaan (middelste waarneming) kan de behandelduur bij een instroomcohort alleen worden bepaald als tenminste 50% van dat cohort is uitgestroomd. Als die 50% nog niet is bereikt, kan het definitieve cijfer ook nog niet worden vastgesteld.
Voor het instroomcohort 2015 was die 50% nog niet bereikt op het moment van publicatie van het rapport Cijfers en Bijzonderheden 2024, waardoor de behandelduur nog niet definitief kon worden berekend. Op basis van de patiënten van het instroomcohort 2015 die op dat moment waren uitgestroomd, was het op dat moment wel duidelijk dat de behandelduur langer zou zijn dan 9,5 jaar. 9,5 jaar was dus niet de vastgestelde behandelduur, maar slechts een indicatie. Later in het jaar werd de 50% bereikt en kon voor het instroomcohort 2015 het definitieve cijfer van 10,1 jaar worden vastgesteld.
Voor meer informatie, zie het ‘Informatieblad TBS behandelduur’ op de site van de forensische zorg. Hierin wordt uitgelegd hoe de behandelduur berekend is.