Het lef om het anders te doen

Ondersteuning

De krapte op de arbeidsmarkt was het afgelopen jaar merkbaar op onze behandelafdelingen. Roosters werden ingewikkelder en de druk op teams nam toe. Daardoor werd één vraag steeds belangrijker: hoe blijven we, onder deze omstandigheden, goed zorgen voor onze patiënten én voor elkaar?

In plaats van alleen te zoeken binnen de bestaande kaders, kozen we voor een andere richting. Collega’s uit verschillende hoeken werden ingezet in het primaire proces. Er werd ondersteund op de behandelafdelingen, tijdens pleindiensten en bij dubbel begeleid verlof. Geen vanzelfsprekende stap, maar wel een keuze die ruimte creëerde.

Zorgen onder druk

Iris van Gorp, senior sociotherapeut op de afdeling Sfinx, merkte de druk dagelijks. “De krapte was echt voelbaar. Er waren periodes waarin je dienst na dienst aan het schakelen was. Je was continu bezig om het rooster rond te krijgen en tegelijk goede zorg te blijven leveren.”

Als de bezetting niet rondkomt, moet je eerder insluiten. En dat raakt je. Je kiest voor dit vak om er te zijn voor patiënten.

Dat tekort had ook gevolgen voor patiënten. “Als de bezetting niet rondkomt, moet je eerder insluiten. Dat doe je niet omdat je dat wilt, maar omdat het moet. En dat raakt je. Je kiest voor dit vak om er te zijn voor patiënten.”

Daarom werd een oproep gedaan aan collega’s uit de ondersteunende diensten om bij te springen op de afdelingen, bij dubbel begeleid verlof en tijdens pleindiensten, waar patiënten tijd buiten hun afdeling doorbrengen. Al snel meldde de eerste groep collega’s zich aan. Zij werden zorgvuldig geselecteerd en volgden een verplichte training.

Toch was er in het begin wat weerstand. “Sommige collega’s vroegen zich af of iedereen zomaar als sociotherapeut ingezet kan worden. Het was best spannend om een dienst te draaien met iemand van buiten de afdeling,” vertelt Iris. “Je werkt in een complexe omgeving waarin je op elkaar moet kunnen vertrouwen.”

Maar ze zag ook de bereidheid om vooruit te kijken. “Er werd niet alleen gesproken over wat niet kon. We zijn echt gaan kijken naar wat wél mogelijk was.” De inzet werd zorgvuldig voorbereid. Er werd gekeken naar achtergrond, ervaring en scholing. “Daardoor groeide het vertrouwen. Mensen kwamen niet zomaar, ze kwamen voorbereid.”

FPK

Samen op de afdeling

Voor de collega’s die kwamen ondersteunen, betekende het uit hun vertrouwde rol stappen. Dat vroeg om flexibiliteit en lef. Na de training werden ze al snel met open armen ontvangen. Op de behandelafdelingen sloten collega’s aan als tweede kracht, liepen mee naar de patio, voerden gesprekken of ondersteunden bij praktische zaken.

“Dat lijkt misschien klein,” zegt Iris, “maar het maakte echt verschil. We konden vaker openblijven en patiënten hoefden minder te worden ingesloten. En wij kregen weer ruimte om inhoudelijk te werken.”

In een periode waarin de druk hoog was, zochten we juist de verbinding.

Naast praktische verlichting groeide ook de onderlinge verbinding. “In een periode waarin de druk hoog was, zochten we juist de verbinding. Het is zo fijn om te zien dat zoveel collega’s binnen de hele organisatie bereid zijn om te helpen. Je merkt dat je het samen draagt.”

Patiënten moesten wel even wennen aan nieuwe gezichten, maar wanneer iemand vaker terugkomt, ontstaat er vertrouwen. “Dan wordt het een bekend gezicht op de afdeling,” vertelt Iris. “Uiteindelijk waren patiënten vooral dankbaar dat er ruimte kwam en dat ze niet extra ingesloten hoefden te worden.”

Het goede voorbeeld geven

Leontien van de Veen, clustermanager ambulant behandelen en lid van het MT, besloot zelf ook diensten te draaien op verschillende klinische afdelingen. “Als we het anderen vragen om bij te springen, moet je zelf het goede voorbeeld geven.”

Pas als je zelf een dienst meedraait, voel je wat de druk echt betekent.

Met haar achtergrond als sociotherapeut wist ze wat het werk vraagt, maar het meedraaien liet haar opnieuw voelen hoe intensief het kan zijn. “Pas als je zelf een dienst draait, voel je wat de druk echt betekent.”

Ze begon iedere dienst met dezelfde vraag: wat kan ik doen om te ondersteunen? “Soms was dat meegaan naar de patio en soms een gesprek voeren. Door er te zijn, creëer je ruimte. Een patiënt zei dat hij anders ingesloten zou zijn geweest. Dat laat zien hoe belangrijk je hulp kan zijn.”

Volgens Leontien zit de kracht ook in het gezamenlijke gevoel dat ontstond. “Als de organisatie als geheel bijspringt wanneer het nodig is, voel je dat je er niet alleen voor staat. En dat vond ik heel belangrijk.”

De praktijk van dichtbij

Ook bij dubbel begeleid verlof werd ondersteuning ingezet. Sanne Silvrants, senior jurist en voorzitter van de verloftoetsingscommissie, ging mee tijdens een dubbel begeleid verlof naar de supermarkt in Wanssum. “In mijn werk ken ik vooral de kaders en procedures. Maar door mee te gaan, besef je pas echt wat het betekent.”

Tijdens het verlof fietste ze samen met de sociotherapeut en de patiënt naar de supermarkt. Wat haar bijbleef was eigenlijk iets heel gewoons. “De patiënt keek uit naar een blikje energiedrank, iets wat binnen de kliniek niet mag. Hij moest het voor de deur van de supermarkt opdrinken. Het is maar een blikje, maar dan zie je dat iets alledaags ineens bijzonder wordt. Mooi dat ik daaraan kon bijdragen.”

Je voelt meer verbinding met de collega's uit het primaire proces. En ik kan me nu beter voorstellen wat een begeleid verlof vraagt. Dat helpt me ook in mijn werk.

Voor Sanne was het meer dan alleen een ervaring. “Je voelt meer verbinding met de collega’s uit het primaire proces. En ik kan me nu beter voorstellen wat een begeleid verlof vraagt. Dat helpt me ook in mijn werk.”

Begeleid verlof lopen

Daan Giller, medewerker klussendienst, draaide vanaf het begin pleindiensten mee. Na zijn werkdag stond hij ’s avonds op het plein om samen met collega’s toezicht te houden. “Ik help graag waar nodig. Het zijn lange dagen, maar als collega’s het nodig hebben, dan doe je dat gewoon. En het contact met patiënten, gewoon even praten over voetbal of iets alledaags, dat maakt het mooi.”

Samen verantwoordelijkheid nemen

De inzet was bedoeld om druk te verlichten, maar het had een veel groter effect. Afdelingen bleven vaker open, patiënten kregen meer ruimte en medewerkers voelden zich gesteund. Tegelijk leerden collega’s elkaars werk beter kennen.

Volgens Iris is dat een hele mooie opbrengst van deze periode. “Je loopt sneller bij elkaar binnen. Het begrip is groter. We hebben ervaren dat we het echt samen doen.”