Het lef om uitdagende casuïstiek in de praktijk aan te gaan

Het gesprek aangaan waar anderen wegkijken
Uitdagende casuïstiek

Seksueel grensoverschrijdend gedrag roept sterke reacties op in de samenleving. Terwijl de focus vaak op straf ligt, staat in de forensische zorg behandeling centraal. Dat betekent risico’s inschatten, gedrag analyseren en moeilijke onderwerpen bespreekbaar maken.

Basispsycholoog Elke Peeters werkt bij Ambulant Behandelen in Roermond en behandelt cliënten waarbij sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast is zij betrokken bij de werkgroep Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (SGG), die de poliklinieken ondersteunt in het aanbieden van een consistente en effectieve aanpak.

Inzicht en impact

Het begeleiden van cliënten met seksueel overschrijdende gedrag vraagt om een duidelijke en professionele houding. Voor Elke betekent dit dat zij cliënten benadert zonder emotioneel oordeel. “Dat wil niet zeggen dat je het gedrag goedkeurt, maar dat je iemand kunt behandelen zonder dat je eigen oordeel in de weg zit.”

Tijdens de behandeling wordt samen met de cliënt gekeken naar patronen en triggers. “Je onderzoekt welke gedachten, emoties en situaties een rol spelen. Door dat inzichtelijk te maken, wordt gedrag concreet en beter bespreekbaar.” Dit helpt cliënten om hun eigen gedrag beter te begrijpen en verlaagt de drempel om erover te praten.

Veel delicten blijven lange tijd verborgen, waardoor er vanuit de omgeving vaak geen directe reactie is geweest. Juist daarom is het belangrijk dat gedrag en de impact daarvan in de behandeling wél wordt benoemd. “Cliënten mogen zien dat hun gedrag iets met mensen doet,” legt Elke uit.

Omgaan met stigma

Die manier van behandelen botst soms met hoe er in de samenleving naar deze doelgroep wordt gekeken. Wanneer Elke vertelt met wie ze werkt, krijgt ze vaak dezelfde reactie. “De eerste reactie is meestal: die mensen moeten gewoon levenslang opgesloten worden.”

We reageren vaak vanuit onderbuikgevoel, terwijl het juist belangrijk is om te kijken naar wat onderzoek en risicotaxatie laat zien.

Ze begrijpt waar die reactie vandaan komt, maar ziet ook hoe beperkt dat perspectief is. “We reageren vaak vanuit onderbuikgevoel, terwijl het juist belangrijk is om te kijken naar wat onderzoek en risicotaxatie laten zien.”

Dat betekent in de praktijk dat er niet alleen naar het delict wordt gekeken, maar vooral naar risico’s, oorzaken van gedrag en wat iemand nodig heeft in behandeling. “Als er bij ons een cliënt wordt aangemeld, volgen we een vaste aanpak. Naast de algemene risicotaxatie die we bij elke cliënt doen, gebruiken we bij deze doelgroep een aanvullende inschatting met de SSA. Dit instrument helpt om het risico op herhaling van seksueel grensoverschrijdend gedrag in te schatten en richting te geven aan behandeling en begeleiding. Ook nemen we een seksuele anamnese af om de seksuele ontwikkeling in kaart te brengen en maken we een delictanalyse. Daarmee krijg je beter zicht op wat er speelt.”

Je kijkt wat iemand nodig heeft. De behandeling is echt maatwerk.

Op basis van die inzichten wordt de behandeling bepaald. “Je kijkt wat iemand nodig heeft en hoe intensief de behandeling moet zijn. Dat is echt maatwerk. Afhankelijk van de problematiek kan dat variëren van cognitieve gedragstherapie en traumabehandeling tot schematherapie of psychomotorische therapie. Als het nodig is, schakelen we ook een seksuoloog in.”

Volgens Elke is deze aanpak essentieel om herhaling te voorkomen. “Het gaat er niet om iemand levenslang op te sluiten. De cliënten binnen ambulant behandelen wonen in de samenleving. Juist daarom moet je inzetten op behandeling die risico’s vermindert, door cliënten te helpen hun gedrag te begrijpen en veranderen.”

Een aanpak in ontwikkeling

Binnen de poliklinieken zet Elke zich samen met collega’s in om de aanpak rondom seksueel grensoverschrijdend gedrag verder te ontwikkelen. Ze is er trots op dat dit onderwerp de afgelopen jaren meer aandacht heeft gekregen. Samen met een collega nam zij het initiatief om seksualiteit en de behandeling van grensoverschrijdend gedrag nadrukkelijker op de agenda te zetten.

“In het begin was dat nog niet zo vanzelfsprekend. Inmiddels merken we dat collega’s steeds vaker vragen of we willen meekijken bij een nieuwe aanmelding. Dat laat zien dat het onderwerp echt meer op de kaart staat. En dat is belangrijk, want we krijgen steeds vaker met zedendelinquenten te maken.”

Meer dan het delict

Uiteindelijk draait het werk om één belangrijk uitgangspunt: blijven kijken naar de mens achter het delict. “De maatschappij ziet vaak vooral wat iemand heeft gedaan. Maar het is belangrijk om te begrijpen waarom iemand dat heeft gedaan.”

Het mooiste is als je ziet dat iemand groeit.

Goede behandeling kan daarin veel betekenen. “De effectiviteit van een goede behandeling kan heel groot zijn. Het mooiste is als je ziet dat iemand groeit.” Soms merkt ze dat al binnen één gesprek. “Als je allebei met energie een sessie uitgaat, dan weet je dat je samen iets hebt bereikt.”

En daar begint echte verandering: in de gesprekken die anderen liever uit de weg gaan.