Het lef om uitdagende casuïstiek in onderzoek aan te gaan
Onze collega Marije Keulen-de Vos werd in 2024 benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Resocialisatie in de forensische zorg’ aan de Universiteit Maastricht. In 2025 sprak ze haar oratie ‘Zo simpel is het niet. Resocialisatie na seksueel geweld’ uit waarin ze de uitdagingen van resocialisatie belichtte. Daarin werd duidelijk: echte verandering begint pas wanneer je voorbij het delict kijkt.
Meer dan het ergste wat je hebt gedaan
“Je bent meer dan het ergste wat je ooit hebt gedaan.” Die gedachte loopt als een rode draad door Marije’s werk. Seksueel geweld roept begrijpelijk verontwaardiging op, maar resocialisatie vraagt om verder te kijken dan het delict zelf. “Als iemand alleen als zijn delict wordt gezien, wordt verandering moeilijk. Zorg voor daders is belangrijk, want zo voorkomen we nieuwe slachtoffers,” legt Marije uit.
Resocialisatie gaat over leren leven volgens de normen en waarden van de samenleving. En dat gebeurt altijd samen met anderen. In haar oratie lichtte Marije drie pijlers toe die sterk met elkaar verbonden zijn: de patiënt, de professional en de maatschappij. “Succesvol afstand doen van seksueel grensoverschrijdend gedrag hangt niet alleen van de pleger af, maar ook van de omgeving waarin hij terugkeert.”
Een patiënt is geen opstelsom van risico’s
In de forensische zorg ligt de nadruk sterk op risicotaxatie. Dat is logisch, veiligheid staat voorop. Maar het is belangrijk om verder te kijken. “Iemand is geen optelsom van risico’s. Daarnaast spelen gezondheidsbehoeften, motivatie en verwachtingen een rol. Als je die niet meeneemt, mis je een deel van wat iemand nodig heeft om te veranderen.”
Aandacht voor de persoon en voor kwaliteit van leven is daarom geen ‘soft’ alternatief voor veiligheid, maar juist nodig om terugval echt te voorkomen.
Professionals: kennis en lef
De rol van professionals is daarbij heel belangrijk. Het begeleiden van mensen met seksueel grensoverschrijdend gedrag vraagt niet alleen kennis van risicofactoren en interventies, maar ook zelfreflectie. “Dit onderwerp roept emoties op, ook bij professionals. Dan is het belangrijk om jezelf af te vragen: reageer ik nu vanuit kennis, of vanuit gevoel?”
Je moet onderwerpen durven aanpakken die weerstand oproepen.
Wetenschappelijk onderzoek is essentieel bij moeilijke casuïstiek, maar het vraagt om lef. “Je moet onderwerpen durven aanpakken die weerstand oproepen. Zedendelicten roepen vaak weerstand op. Soms moet je daarom tegen de stroom in werken, ook vanuit onderzoek. Dat moet je wel durven.”
Binnen de Rooyse Wissel merkt Marije dat de behoefte aan wetenschappelijke onderbouwing groeit. Ze wordt regelmatig gevraagd om mee te kijken bij complexe casuïstiek of delictanalyses. “Dan stel ik vragen als: zijn dit daadwerkelijk onderbouwde risicofactoren? Of missen we iets wat relevant is vanuit de literatuur? Het gaat niet om kritiek, maar om samen scherper te worden. In een werkveld waar beslissingen grote gevolgen hebben, moeten we keuzes baseren op onderzoek. Niet alleen op intuïtie en ervaring.”
Ook vanuit sociotherapeuten en behandelaren neemt de vraag toe. “Je merkt dat collega’s nieuwsgierig zijn. Ze willen weten wat onderzoek zegt en hoe ze dat kunnen toepassen in behandelingen. Dat is een mooie ontwikkeling.”
De rol van de samenleving
Maar resocialisatie stopt niet bij de behandelkamer. Het gaat niet alleen om de patiënt en de professional. Ook de samenleving speelt een grote rol. “Binnen het forensische veld is er vaak meer begrip. Maar daarbuiten is veel onwetendheid. Er bestaan veel misvattingen, zoals: eens een zedendelinquent, altijd een zedendelinquent. Maar onderzoek laat zien dat dit genuanceerder ligt. Het risico dat iemand opnieuw een delict pleegt, is vaak lager dan men denkt. En hoe langer iemand zonder problemen in de samenleving leeft, hoe kleiner de kans dat hij opnieuw een delict pleegt. Als we beleid of behandelkeuzes baseren op mythes, helpen we niemand verder.”
Marije benadrukt daarbij het belang van samenwerking met ketenpartners: “Het is belangrijk om samen te werken met gemeenten en maatschappelijke organisaties. Alleen dan kunnen we zorgen voor een breed gedragen aanpak die effect heeft.”
Tussen universiteit en praktijk
Wat Marije’s werk extra waardevol maakt, is de combinatie van haar universitaire werk en praktijkervaring binnen de Rooyse Wissel. “Op de universiteit zit je dicht op theorie en onderwijs, bij de Rooyse Wissel zit ik midden in de praktijk en kan ik onderzoek doen. Die combinatie maakt dat ik onderwijs en onderzoek aan elkaar kan verbinden en studenten enthousiast kan maken voor het forensisch vakgebied.”
Dit sluit aan bij haar overtuiging dat wetenschappelijk onderzoek echt invloed kan hebben op de praktijk. “Om dat te bereiken, is het belangrijk kennis breder toegankelijk te maken, bijvoorbeeld door onderzoeksbevindingen laagdrempelig te delen. Zo kunnen die bevindingen beter worden toegepast en behandelingen verbeteren. Dit wordt een belangrijke focus voor de komende tijd.”
Een veilige toekomst voor iedereen
Marije wordt steeds vaker gevraagd om lezingen te geven over seksueel geweld en zedendelinquenten. “Ik hoop dat de berichtgeving over deze doelgroep in de toekomst meer genuanceerd wordt. Dan hebben we écht iets in beweging gezet.”
Als we verder durven te kijken dan het verleden alleen, dan kunnen we bouwen aan een toekomst die veiliger is voor iedereen.
Resocialisatie na seksueel geweld is complex en vraagt om kennis, samenwerking en moed. “Het is geen makkelijke weg,” zegt ze. “Maar als we verder durven kijken dan alleen het verleden, dan kunnen we bouwen aan een toekomst die veiliger is voor iedereen.”